Bovenbalk

Boekenpraatjes: argumenten bij waardering

Herkenning en beleving

Krabbels van Bien ligt qua setting dicht bij de dagelijkse werkelijkheid van de leerlingen. Dat maakt herkenning gemakkelijk. Dwars door de storm, dat zich afspeelt in de jaren vijftig van de vorige eeuw, ligt veel verder van de dagelijkse werkelijkheid van de leerlingen af. Dit verschil beïnvloedt de waardering, zo blijkt uit de boekenpraatjes. Wat gemakkelijk herkenbaar is, wordt (in eerste instantie) hoger gewaardeerd. Tegelijkertijd is de constructie van Krabbels van Bien, met de verschillende lettertypen en wisselend vertelperspectief, soms lastig. In Dwars door de storm is elk hoofdstuk afwisselend geschreven door de ogen van de hoofdpersonen Tjakkie en Jacob. Dat wordt gemakkelijker opgepikt dan de wisseling tussen de ‘krabbels’ in dagboekvorm, de beschrijvingen van wat Bien beleeft en haar dagdromen. Voor beide boeken geldt dat door met elkaar te praten over wat er moeilijk aan is, het verhaalinzicht toeneemt. Een inhoudelijke overeenkomst tussen beide boeken is dat de hoofdpersonen niet met hun ouders praten over hun problemen. De leerlingen zijn het er over eens dat praten helpt als je verdrietig bent of problemen hebt. Je voelt je er beter door, anderen kunnen jou helpen en het voorkomt dat je gaat piekeren.

Realisme en fantasie

Het verhaal in Jonas en de visjes van Kees Poon begint realistisch maar loopt al snel uit in fantasievolle tocht langs buitenissige locaties en vreemde personages. De beoordeling ervan loopt in de tweede proeftuin sterker uiteen dan in de eerste. De illustraties kunnen op veel waardering rekenen; de overvloed aan details biedt veel stof voor een gesprek. Bij elk huis verwijst de buitenkant naar de bewoner ervan. Niet alleen naar het uiterlijk, maar ook naar het innerlijk, het karakter van de bewoner. En dat komt niet altijd overeen, zoals blijkt wanneer Jonas zijn bril afzet bij kapster Joyce. Het verhaal wordt minder gewaardeerd. Wanneer de belevenissen van Jonas ophouden, gaat het verhaal nog even verder. Schrijver Jan Barrabas kan ineens weer kan schrijven en vertelt eigenlijk hetzelfde verhaal als in het boek. Dat maakt het verhaal complex. Harm de Jonge speelt een spelletje met werkelijkheid, fictie en fantasie. Voor wie dat niet doorheeft is het boek onvoldoende ‘spannend.’

Leesontwikkeling

Bij doorvragen naar de achtergrond van een aantal negatieve reacties blijkt dat deze leerlingen liever boeken lezen die óf echt gebeurd zijn óf echt gebeurd zouden kunnen zijn. Om die reden waarderen ze Krabbels van Bien, Spinder en de Dwars door de storm hoger dan het verhaal over Jonas. Deze voorkeur voor realistische verhalen sluit aan bij verschillende theorieën over de leesontwikkeling van kinderen in relatie tot de algemene ontwikkelingspsychologie. Appleyard bijvoorbeeld, beschrijft een aantal de lezersrollen. Jonge kinderen hebben als ‘speler’ voorkeur voor fantasievolle verhalen. Vanaf ongeveer 8 jaar neemt de voorkeur voor realistische verhalen toe. In deze fase gaan kinderen op zoek naar herkenbare ‘helden’ met wie zij zich kunnen identificeren. Deze leerlingen zitten qua leeftijd in een overgangsfase, wat een mogelijke verklaring is voor de bovengenoemde verschillen in waardering.