Bovenbalk

Patronen in Spijkerzwijgen en hun betekenis

De laatste les van het leesatelier is vooral gewijd aan Spijkerzwijgen van Simon van der Geest en een klein beetje aan Geel gras, het eerste boek van dezelfde schrijver. In de eerste les noemde een van de deelnemers Spijkerzwijgen op dit moment haar favoriete boek. En dat terwijl ze het uit zichzelf niet gekozen zou hebben. De donkerbruine omslag met een ouderwetse zwart-wit foto voorop ziet er nogal somber uit. Dat sprak haar niet aan. Sterker nog, als we niet hadden afgesproken met elkaar dit boek te lezen en te bespreken zou ze het niet eens uitgelezen hebben. Maar nu ze het uit heeft, raadt ze het iedereen aan: het is een spannend en grappig boek en dat vinden er meer.

In dit boek is Vonkie (ik) de – eigenwijze – hoofdpersoon. Als ze bij haar opa Leo (bijgenaamd Spijker) gaat logeren vertelt hij haar verhalen over het kattenkwaad dat hij in zijn jeugd uithaalde, samen zijn broer Gijsbert (Buts genoemd). Maar waarom is Gijsbert geëmigreerd? Hoe kan het dat de broers tientallen jaren geen contact meer met elkaar hebben? Waarom is opa Spijker zo boos op zijn broer? Het antwoord op deze vragen lees je bij stukjes en beetjes door de verhalen die opa vertelt. Dat maakt het boek spannend. Tussendoor haalt ook Vonkie, samen met haar achterneef Sven kattenkwaad uit. In de hoofdstukken waarin opa zijn verhaal vertelt is hij ‘ik’ in het verhaal. Je weet dat, omdat bij de hoofdstukken die opa vertelt een molentje bij de titel  staat. Een van de meisjes merkt op dat je het ook weet doordat de verhalen van opa in de verleden tijd zijn geschreven, terwijl de delen waarin Vonkie de ‘ik’ is, in de tegenwoordige tijd staan. Door met elkaar te praten ontdekken we welke belangrijke rol Vonkie in het verhaal speelt. En dat haar naam niet toevallig is gekozen.