Bovenbalk

Wat zijn patronen?

Bij een patroon denken we aan strepen, vormen, kleuren, bloemen, en combinaties daarvan. Dan gaat het over ‘dingen’ die je kunt zien en vastpakken. Maar hoe zit dat in verhalen? In een van de meegenomen favorieten, Harry Potter, ontdekken we verschillende patronen. In de namen van de stichters van de vier afdelingen van Zweinstein: Goderich Griffoendoer, Zalar Zwadderich, Helena Huffelpuf en Rowena Ravenklauw. Wat opvalt is dat de eerste letter van hun voor- en achternaam gelijk zijn (alliteratie) en dat komt wel vaker voor. Wat dacht je van Donald Duck, Guus Geluk en Kwik, Kwek en Kwak?

Een ander patroon bij de stichters van Zweinstein is dat zij allemaal een zogenaamd ‘totemdier’ hebben. Al pratend daarover blijkt dat elk dier eigenschappen heeft die passen bij de persoon. De leeuw van Griffoendoer verwijst naar moed en durf, de adelaar van Ravenklauw naar gezond verstand, de slang naar de ambitie en sluwheid van Zwadderich en de das naar de vlijt en trouw van de bewoners van Huffelpuf. In de wereld om ons heen zitten overal patronen. In gebouwen, in de natuur, in dieren, in mensen en in verhalen. Samen gaan we daarnaar op zoek.

Een voorbeeld van patronen in verhalen vinden we in Dissus van Simon van der Geest:
“We liepen samen/Pas voor pas/Ik liep voorop en riep: ‘Kom op!’/wist toen nog niet/hoe ver het was”

“We sjokten verder/pas voor pas/ik liep voorop en riep ‘Kom op!’/ en om me heen, zo ver ik keek, kilo-, kilometers gras”

“Verder gingen we/pas voor pas/ik liep voorop en riep: ‘Kom op./We sjokten winters, zomers door/vergaten zelfs/welk jaar het was”

De herhaling van fragmenten die veel op elkaar lijken in het eerste deel van dit boek (in totaal acht keer), geeft aan dat de tocht van Dissus en zijn vrienden heel lang duurde. Dat is belangrijk om het tweede deel van het verhaal goed te begrijpen en te waarderen.