Bovenbalk

Boer Boris

Boer Boris gaat naar de markt – De aanhouder wint

Boer Boris in zijn blauwe overall, met rode laarsjes en dito zakdoek om zijn nek is in korte tijd een begrip geworden. In deel vijf uit de serie wil hij naar de markt. Op de titelpagina gaat een fluitende boer Boris met gezwinde pas op pad, een mand vol maïskolven aan de arm. Hij wordt gevolgd door muis op de fiets met een maïskolf in haar fietsmandje. Helaas, te voet gaat Boris de markt niet bereiken.

“Maar als hij naar de markt toe gaat,/ziet hij een bord en daarop staat: VERBODEN OM TE LOPEN!” Welke wijze van vervoer Boer Boris vervolgens ook kiest, op de fiets, de motor, in de auto of met de boot, telkens wordt zijn tocht naar de markt gedwarsboomd door een verbodsbord. Evenals in de voorgaande verhalen uit deze serie zit de kracht in de herhaling en de contrasten. Zo begint Boer Boris gaat naar zee, dat in 2015 werd verkozen tot prentenboek van het jaar, als een traditioneel stapelverhaal.

Door de ongebruikelijke attributen die Boris op zijn tractor voor één dagje aan zee met zich meezeult, krijgt dat boek zijn eigenzinnige en grappige karakter. De marktgang van Boris kent vergelijkbare contrasten in een evenwichtige wisselwerking tussen tekst een beeld. Een klassieke Amerikaanse Chrysler cabrio, voorzien van een presidentiële standaard met de letter B, wordt volgeladen met kratten aardappels “(…)om frietjes van te snijden./Maar als hij naar de markt toe gaat,/ziet hij een bord en daarop staat:/VERBODEN IN TE RIJDEN.”

Halverwege bereidt een dubbele, tekstloze illustratie van de boerderij in vogelperspectief de lezer voor op het volgende transportmiddel, waaraan door Boris en zijn zusje Sam keihard wordt gewerkt: een vliegtuig. Alle voorafgaande transportmiddelen en de producten die Boer Boris naar de markt tracht te brengen, worden in deze illustratie herhaald. Een feest van herkenning om aan te wijzen. De tekst blinkt uit in eenvoud, zoals in de herhaalde slotzinnen, en in originaliteit; vitamines rijmt op vliegmachines. Van Lieshout toont zich hiermee schatplichtig aan een andere grootheid in de Nederlandstalige jeugdliteratuur: Annie M.G. Schmidt.

De tekst heeft een vast rijmschema (aabccb) en een heerlijk voorleesritme. Het vliegtuig wordt gevolgd door een raket, die qua kleur en vormgeving verbluffende overeenkomsten vertoont met de kippen. Muis en merel zijn, zoals op elke tekening, ook in de dampkring paraat. Deze futuristische wijze van vervoer steekt af tegen de daarop volgende paard-en-wagen, waarmee Boer Boris probeert de eieren naar de markt te brengen. En dan….ziet hij eindelijk een bord waarop staat waarmee hij wèl naar markt mag: het openbaar vervoer. Vervolgens wordt zonder tekst in beeld gebracht hoe alles en iedereen wordt opgeladen op aanhangers, een intertekstuele knipoog naar Boer Boris gaat naar zee. In een bus gaan, behalve broer en zus, kippen, kat, hond, koe, paard en varken; de laatstgenoemde lezend in Boer Boris wil geen feest.

Deze wending is licht ironisch, gezien de structurele neergang van het busvervoer in Nederland. Hoe vaak zitten hedendaagse peuters en kleuters nog in een bus? Voor wie de auteur een beetje kennen, geeft hij hiermee eveneens blijk van zijn eigen haat-liefde verhouding met het openbaar vervoer, waarvan hij op zijn blog herhaaldelijk op geestige wijze verslag doet. Dat tekent gelijktijdig de visie van Van Lieshout op zijn werk in het algemeen en Boer Boris in het bijzonder.

De laatste pagina is weer tekstloos en nodigt uit tot eindeloos kijken en praten. Over hoe Sam frieten verkoopt, broer Berend trompet speelt, en over de aantallen aanwezige kippen, varkens en ander vee. Daarmee is terug te grijpen naar het eerste deel uit de serie, dat vooral een telboek is. Boer Boris heeft zich in korte tijd een stevige plaats verworven in het (jeugd)literaire landschap, dankzij de warme samenwerking tussen de vrolijke, rijmende teksten van Ted van Lieshout en de geestige, kleurrijke aquarellen van Philip Hopman. Het resultaat is een humoristische combinatie van pedagogische en esthetische elementen, die alles in zich heeft om een klassieker te worden. Ik kijk nu al uit naar deel zes.

Ted van Lieshout (tekst) en Philip Hopman (illustraties).

Uitgeverij Gottmer, 2015

Reacties gesloten.