Bovenbalk

Dood

Doodgewoon – Ongewoon levendig

Een prenten-poëzieboek over de dood; symbolisch daarvoor is de diep paarse binnenkant van de omslag. Maar het boek gaat ook over wat daaraan voorafgaat: het leven. En wat er mogelijk nog achteraan komt: is er een leven na de dood?

Het eerste gedicht (geschikt voor lezers vanaf een jaar of tien) stelt direct een belangrijke levensvraag: “Als je nou eens niet kon sterven/zou je dan op zwemles gaan?/Van de hoge duikplank duiken? Zeilen zonder zwemvest aan? (…)// Als je nou eens niet kon sterven,/was vakantie dan nog fijn?/(…)/Zou je dan gelukkig zijn?”

Deze en andere diepzinnige vragen worden afgewisseld met gevoelige gedichten over verlies en verdriet. Door herhalingen en tegenstellingen in de tekst en in de illustraties komt het gemis extra binnen. Alle zintuigen zijn doordrongen van verlies in ‘Overal en nergens’. Op elke plek wordt het gemis voelbaar in ‘Altijd overal’: “Ik mis je nergens echt het ergst,/maar altijd overal.” Deze gedichten zijn al geschikt voor lezers vanaf zes jaar.

Een vergelijkbare, onthutsende tegenstelling kent: ‘Nooit meer is voor altijd’. Daarin beginnen de eerste elf regels alle met ‘Nooit meer…’ Het eindigt met: “Nooit meer een kus op jouw wang, je bent dood je/bent dood je bent dood je bent dood/Voor altijd.” Sylvia Weve tekent sober op een witte ondergrond om de tekst heen allemaal rode kruisjes (kusjes). Er tussenin staat één zwart kruisteken. De kusjes lopen door op de volgende pagina, doordat de rechterpagina half is afgesneden. Ze zorgen voor een verbinding met het volgende gedicht ‘Beter niet’, met daarin zeven dingen de je niet moet zeggen tegen iemand van wie de vader pas is overleden.Op deze manier worden meer gedichten onderling subtiel verbonden, wat de indruk ervan nog groter maakt. Het laatstgenoemde gedicht is meer geschikt voor iets oudere lezers vanaf twaalf jaar.

Sommige gedichten zijn meer informatief, dan gevoelig of nadenkend. Verschillende culturen kennen verschillende gewoontes en rituelen rondom doodgaan en begrafenissen. Achterin het boek staat daarop een toelichting, die past bij de gedichten ‘Hemelbegrafenis’ over begraven hoog in de bergen, of ‘Tot in het graf’ over de gewoontes van de oude Egyptenaren bij het overlijden van een farao. Daar zit een vorm van wrange humor in. Een dienaar krijgt ‘de eer’ om niet alleen de farao te balsemen en aan te kleden, maar ook om hem te volgen in zijn graf. Er is meer ruimte voor relativering en humor, bijvoorbeeld bij het overlijden van een huisdier. In ‘Poes Minoes’ denkt een kind na over wat er zou gebeuren als poes Minoes dood zou gaan. Vervanging lijkt onmogelijk, maar het eindigt met: “We nemen geen kanariepiet/geen goudvis en geen guppy./Als jij dood bent, poes Minoes,/dan mogen we een puppy!”

Dit gedicht is door Sylvia Weve voorzien van kleurige dierenfiguren en geschikt om (voor) te lezen vanaf vier jaar. Ook hier is de rechterbladzijde half afgesneden, waardoor de illustratie overloopt op de volgende pagina. Daarop is in ‘Mees’ de vrolijkheid ver te zoeken. Een meisje is jarig, haar stoel is versierd, maar ze wil niks, geen taart, geen feest, geen traktatie in de klas. “(…) je gaat toch niet gewoon verjaardag vieren/als net je beste vriend is doodgegaan? (…)// “Ze wil het niet, ze doet het niet, het gaat haar veel te vlug./Ze wil geen nieuwe hond. Ze wil haar eigen Mees terug.” Dit gedicht is geschikt voor lezers vanaf een jaar of tien. Behalve met de tekening verbindt een ‘tussendoortje’ over een kanariepietje (niet opgenomen in de inhoudsopgave) de twee gedichten over Minoes en Mees. Met deze drie gedichten knipoogt Westera nadrukkelijk naar Annie M.G. Schmidt.

Tenslotte bieden herinneringen in ‘Koffer’ en ‘Erfenis’ troost. In beide gedichten staan allemaal ‘herinner-dingen’ centraal. Een prachtige woordspeling, waarvan er nog veel meer in de bundel staan; teveel om op te noemen. Het is geen eenvoudige kost die Bette Westera en Sylvia van Weve ons voorzetten. De afwisseling tussen nadenkend en gevoelig, informatie en relativering, en daar tussendoor de troostende herinneringen, nodigen uit om samen in te bladeren, te kijken en te lezen en met elkaar over te praten. Doodgewoon is een prenten-poëzieboek dat verrast en ontroert, en een leven lang meegaat.

In 2015 bekroond met een Gouden Griffel en de Woutertje Pieterse Prijs.

Getipt voor de Nederlandse Kinderjury 2016

Bette Westera (tekst), Sylvia Weve, (illustraties) en Bockting Ontwerpers, Amsterdam (vormgeving)

Uitgeverij Gottmer, 2015

 

Reacties gesloten.