Bovenbalk

Els Beerten

Eén mens is genoeg – Hoe verloren kun je zijn?

Met Allemaal willen we de hemel (2008) vestigde Els Beerten definitief haar schrijversnaam. Op deze opvolger hebben we een tijdje moeten wachten. In de proloog, getiteld ‘Venster,’ maken we kennis met een ‘ik’ die zit te wachten op Louis. Wie is deze ‘ik’ en in welke relatie staat hij of zij tot genoemde Louis? Op deze twee vragen volgt in het eerste hoofdstuk direct een antwoord, maar waar en waarom deze scène zich afspeelt, wordt pas veel later in het verhaal duidelijk.

‘Ik’ is het wonderkind Juliette, Louis is haar zeven jaar oudere broer. Het gezin wordt gecompleteerd met de ziekelijke Mia, acht jaar jonger dan Juliette. Vader Jules is een muzikale goedzak, die zijn oudste dochter begeleidt op haar eerste schreden naar een dans- en zangcarrière. De naamloze moeder presenteert zichzelf met succes naar buiten toe als een toegewijde moeder, slachtoffer van de omstandigheden, maar is in wezen een zelfzuchtige, egocentrische figuur. Wanneer het noodlot toeslaat, zet Juliette haar eigen ambities opzij.  Ze heeft haar vader beloofd ‘(..) dat die kleine [haar zusje Mia] niet verloren loopt.’ Dit gaat ten koste van Juliette zelf: ‘Ik was me zelf verloren.’ Louis schiet zijn zus te hulp maar zet daarmee zijn eigen geluk op het spel. Samen verhuizen ze vanuit Belgisch Limburg naar de Vlaamse kust waar ze een nieuw leven proberen op te bouwen.

In het tweede deel van de roman wordt het verhaal overgenomen door een tweede ‘ik’, Wilfried, de lokale barman met ambities om fietscoureur te worden. Ook hij is ‘verloren,’ al krijgt dit bij hem een tweede betekenis. Door zijn ogen zien we hoe voor Juliette het noodlot opnieuw toeslaat, met verstrekkende gevolgen voor hen beide. In het derde en laatste deel van de roman, dat afwisselend door de ogen van Juliette en Wilfried wordt verteld, is een belangrijke rol weggelegd voor Lili, een nichtje van Wilfried. In de ogen van Juliette is zij ‘het schoon kind’; volgens Wilfried is ze niet meer dan ‘de snotneus.’ Ook Lili dreigt verloren te raken.

De typisch Vlaamse uitdrukkingen en een consequent volgehouden gebruik van de aanspreekvorm ‘ge’ creëren een bijzondere sfeer. In beknopte, getitelde hoofdstukken, korte zinnen en met veel dialoog ontrolt zich een toegankelijk verhaal, dat ik in één adem uitlas. Onder de oppervlakte ligt vanaf het begin een broeierige sfeer van dreigend noodlot. Je kunt je afvragen of de opeenstapeling van ellende niet wat te veel van het goede is. Maar juist daardoor wordt Juliette volledig teruggeworpen op zichzelf.

Met de uitgekiende vorm van het verhaal, door herhaalde motieven en in de symboliek van het wielrennen – ‘wie achterom kijkt, raakt verloren’ – dringt Beerten door tot de kern van de problematiek van veel lezers. Wie wordt, vooral in de puberteit, niet zelden heen en weer geslingerd tussen de tegengestelde verlangens van enerzijds vrij willen zijn van ouders/familie/vrienden, en anderzijds de behoefte aan bescherming? De vragen die de auteur oproept in dit indringende verhaal zijn tijd-, noch plaats-, noch leeftijdgebonden. Haar ontroerende roman verdient om deze reden een breed publiek.

Els Beerten

Querido, 2014

Reacties gesloten.