Bovenbalk

homoseksualiteit

Oliver – In bloedvorm

Met de verschijning van Oliver komt Edward van de Vendel tegemoet aan de wens van veel van zijn lezers. Vijftien jaar na de verschijning van De dagen van de bluegrassliefde en acht jaar na Ons derde lichaam waarin Tycho Zeling de centrale figuur was, leren we eindelijk diens grote liefde Oliver kennen.

 

Op de dag dat Oliver – in bloedvorm – helpt zijn team een belangrijke voetbalwedstrijd te winnen, valt thuis zijn wereld in duigen. Oliver is niet in staat om zijn gevoelens over de ontstane situatie te delen met zijn ouders, zijn neef en beste vriend Bendik of wie dan ook. Hij ontwijkt hen allen, maar er is geen ontkomen aan. In het tweede deel van de roman komen moeizame gesprekken tot stand. De crisis bereikt een hoogtepunt. Een kanovakantie van Oliver, diens vader Kristoffer en Bendik vormt het derde en laatste deel van het verhaal. Deze trip zou voor ontspanning moeten zorgen, maar het tegendeel is het geval.

Net als je denkt dat het niet erger kan, krijgt Oliver (en de lezer met hem) de genadeklap. Het is een noodzakelijke wending, die niet alleen verklaart waarom Oliver naar de Verenigde Staten afreist waar hij Tycho zal ontmoeten. Het zet ook de relaties met zijn vader en met Bendik op scherp. Die verhoudingen zijn mede bepalend voor zijn moeizame toenadering tot Tycho. Laatstgenoemde staat dichter bij Van de Vendel zelf, maar de auteur is even overtuigend in de huid van Oliver gekropen. De inhoud uitgebreider samenvatten zou afbreuk doen aan de zorgvuldige manier waarop het verhaal is opgebouwd.

De roman begint waar Ons derde lichaam, het vervolg op De dagen van de bluegrassliefde, eindigt: met de hereniging van Tycho en Oliver. De verbinding met Tycho wordt gelegd in drie cursief gedrukte scènes in het heden, waarin Tycho als ‘ik’ aan het woord is. Het bijzondere is dat het verhaal van Oliver vooraf gaat aan dat van De dagen van de bluegrassliefde, waarvan tegelijkertijd een geactualiseerde uitgave is herdrukt.

De grote verdienste van Van de Vendel is dat de drie boeken geheel afzonderlijk van elkaar te lezen zijn terwijl ze een onlosmakelijk geheel vormen; de ‘coming out’ en de ‘coming of age’ van een stel, twee jongens. Eigentijdse jongeren, met hedendaags binge-gedrag en bijbehorend taalgebruik, inclusief drieletterwoorden. Dat had van mij wel wat minder gemogen, maar deze woordkeus past bij de doelgroep. Dat de auteur zich overtuigend op hun manier weet uit te drukken is wellicht mede te danken aan zijn geregelde omgang met vertegenwoordigers ervan; schrijvers van het ABC-yourself weblog en jongeren uit de Slashreeks. Twee projecten die op zijn initiatief zijn ontwikkeld.

Aanvankelijk komen de gedachten van Oliver over ‘in vorm zijn’ wat gekunsteld over. Het is wel duidelijk dat de schrijver zich de afgelopen jaren in deze materie heeft verdiept. Hij schreef de Ajax Kinderjaarboeken 2013 en 2014. Naar eigen zeggen had hij zonder de gesprekken die hij in dat kader voerde met voetballers, de wereld van Oliver niet zo goed kunnen benaderen. De metafoor wint gaandeweg aan kracht en overtuigt aan het eind.

Oliver krijgt te maken met meer en grotere problemen dan de gemiddelde puber, maar het gevoel van ‘uit vorm’ zijn, een nieuwe vorm moeten vinden in de puberteit is voor iedere adolescent invoelbaar. De literaire duizendpoot Edward van de Vendel bewijst met Oliver dat hij in bloedvorm verkeert.

Edward van de Vendel

Uitgeverij Querido, 2015

Reacties gesloten.