Bovenbalk

Rond vierkant

Rond vierkant vierkant rond – De kunst van het weglaten

Is poëzie moeilijk? Ik vind vaak van wel. Hoe dat komt? Je moet bij gedichten ‘tussen de regels’ door kunnen en willen lezen. Er staat vaak meer dan er staat. Ted van Lieshout is daar een meester in. De voorkant van zijn nieuwste boek is daar een mooi voorbeeld van.

Want wat zie je eigenlijk? Twee rondjes – een blauw en een rood -, twee kleine groene vierkantjes, een witte, twee zwarte en een grijze rechthoek (de letters van de titel, de schrijver en de uitgever) en letters in de vorm van een gele en een rode driehoek. En toch zie je meteen: dat is een fiets, met brandend voor- en achterlicht. Dat is kunst.

Met gedichten werkt het ook zo. Ted van Lieshout legt in zijn boek uit hoe hij dat doet; en geeft er grappige voorbeelden bij. Hij jongleert met woorden en beelden; laat zien hoe hij van een verhaal een gedicht maakt, en hoe hij daar bepaalde gevoelens aan vastknoopt. ‘Als ik een paard was had ik vier benen, dan brieste en hinnikte ik en zwiepte met mijn staart.’ Niks bijzonders. Het wordt pas interessant wanneer je overbodige woorden weglaat. Elk paard heeft vier benen en een staart waarmee hij zwiept. Laat je dat weg dan krijg je: ‘Als ik was had ik dan brieste en hinnikte ik.’ En om daar een goede zin van te maken, kun je nog meer weglaten totdat de essentie overblijft: ‘ik brieste en hinnikte.’ Dan wordt het weer interessant. Want waarom brieste en hinnikte ik? Er is een extra betekenis bijgekomen door de eigenschappen van een paard te koppelen aan een mens; een vorm van beeldspraak. Ook dat is kunst.

En dit is nog maar één voorbeeld. Want er is meer, veel meer. Wanneer is iets een gedicht? En moet een gedicht altijd rijmen? Volgens Ted juist liever niet. ‘Rijm maakt het erg moeilijk om precies het juiste woord te kiezen.’ Stiekem komen belangrijke thema’s van zijn werk, leven en dood, liefde en verlangen, ook langs. Maar de toon blijft vooral luchtig. De fiets vormt een humoristische rode draad in de bundel, die verder draait om blokgedichten, korte verhalen, die de basis vormen voor een gedicht, en beeldsonnetten. Want als je geen woorden kunt vinden, dan gebruik je toch beelden?

Een sonnet is een van de moeilijkste dichtvormen in taal, omdat het aan allerlei bepalingen moet voldoen over rijm en ritme, in een vast aantal van veertien regels en vier strofen. Maar beeldsonnetten maken kan iedereen! Het boek bewijst het, met voorbeelden van volwassenen en kinderen die van Ted poëzie les kregen. Tussendoor bespreekt Ted heel toegankelijk allerlei literaire begrippen die te maken hebben met het schrijven – en begrijpen – van gedichten. Ideaal voor een poëzieproject in de bovenbouw van de basisschool of de onderbouw van de middelbare school.

Wie even genoeg heeft van het spelen met woorden kan zich eindeloos vermaken met het bekijken van de beeldsonnetten en het zoeken naar de rijmpatronen daarin. Je krijgt zin er zélf één te maken. En dat wordt nog leuker als je het samen doet. Daarom krijgt dit boek, naast Nederland van Charlotte Dematons, Dissus van Simon van der Geest en Stem op de Okapi van Edward van de Vendel, een vaste plek in mijn volgende leesateliers.

Ted van Lieshout

Uitgeverij Leopold, 2015

Reacties gesloten.