Bovenbalk

Spijkerzwijgen

Spijkerzwijgen – De vonk slaat over

‘Van de schrijver van Spinder.’ Deze aanbeveling op de omslag van het nieuwe boek van Simon van der Geest wekt verwachtingen. Spinder viel bij veel kinderen in de smaak. Het boek is inmiddels toe aan de negende (!) druk in drie jaar tijd. Ook volwassenen vonden het een geslaagd boek; zij bekroonden het in 2013 met een Gouden Griffel. Zelf ontdekte ik tijdens gesprekken met kinderen steeds meer mooie woordspelingen en betekenissen in Spinder en ik heb dan ook uitgekeken naar Spijkerzwijgen. Maakt de schrijver mijn verwachtingen waar?

De twaalfjarige Vonkie van der Veer wordt na een denderende ruzie tussen haar ouders totaal onverwachts voor een week bij haar opa op een boerderij gedumpt. “Papa en mama willen tijd met elkaar om dingen op een rijtje te zetten. En daar kunnen ze mij niet bij gebruiken. Zo gaat dat.” Ze heeft absoluut geen zin in de logeerpartij. Zelf heeft ze het namelijk heel duidelijk op een rijtje. “1. Je hebt een mama. 2. Je hebt een papa. 3. Je hebt mij. En die drie horen bij elkaar. Klaar.” Was het altijd maar zo eenvoudig.

De ontvangst bij opa is ‘reuzegezellig,’ maar niet heus… Opa Leo, bijgenaamd Spijker omdat hij zo eigenwijs is, zit niet op zijn kleindochter te wachten. Toch weet Vonkie haar zwijgzame opa op zijn praatstoel te krijgen. Tussen opa en zijn broer Gijsbert, bijgenaamd Buts, bestond een bijzondere band. Ze waren bloedbroeders, net als Arendsoog en Witte Veder, de hoofdpersonen uit hun (en mijn!) favoriete avonturenboeken van vroeger. Hoe kan het dan dat beide broers al vijftig jaar lang geen contact meer met elkaar hebben? En wat heeft de molen, waar opa het liefst met een grote boog omheen loopt, daarmee te maken? Hierover zwijgt opa liever, maar Vonkie neemt daar geen genoegen mee. Sterker nog, ze gaat zich er nadrukkelijk mee bemoeien, samen met haar achterneef Sven, met wie ze in het begin niet zoveel op heeft. “De laatste keer dat ik hem zag, jaren geleden, had hij net een elektrische skelter gekregen, weet ik nog. De hele middag reed hij rondjes en niemand anders mocht erop. Zo’n jongen.”

De inhoud van het verhaal zou naadloos passen in een tranen trekkend tv-programma als ‘Het familiediner’ of ‘Vergeef me.’ Simon van der Geest vermijdt dat soort sentimentaliteit. Hij laat de gebeurtenissen afwisselend door Vonkie en opa Leo vertellen. Bij de hoofdstukken waarin opa over het verleden vertelt, staat steeds een molen. Dan weet je meteen dat de ‘ik’ in die verhalen opa Leo als kind is, terwijl in de rest van het boek Vonkie de ik-persoon is. In deze bijzondere vorm vlecht de auteur de problemen uit opa’s verleden samen met het hedendaagse probleem van Vonkie. Dat leidt tot een spannend en ontroerend verhaal, met voor de liefhebbers zelfs een vleugje horror.

Karst-Janneke Rogaar, die ook de illustraties voor Spinder maakte, tekende een mooie stamboom die zowel voor- als achterin het boek is opgenomen. Als je het boek uit hebt, snap je waarom die er twee keer in staat. Van de overgrootvader en –moeder van Vonkie zijn de belangrijkste nakomelingen opgenomen in de blaadjes aan een boom. De relevante aangetrouwde personen zijn getekend als vogels die zijn komen aanvliegen. Rogaar heeft een grappige manier bedacht om de overleden oma van Vonkie een plekje te geven. Er staat ook een handige plattegrond in van de omgeving waar het verhaal zich afspeelt.

Wie de andere boeken van Simon van der Geest heeft gelezen (en wie dat nog niet heeft gedaan, moet dat vooral doen), herkent het nodige uit de vorige verhalen: in de setting, de geestige dialogen en de rake woordspelingen. “Mama zat verscholen achter haar krantenmuurtje (…).” Dergelijke korte zinnetjes spreken boekdelen.

Vonkie lijkt op de bijdehante Fieke uit Geel gras, het eerste boek van Van der Geest (2009). Volwassenen prezen dat boek vanwege de originele schrijfstijl, maar vonden het verhaal onvoldoende uitgewerkt. Bij de verschijning van Dissus in 2010, (in 2011  bekroond met een Gouden Griffel) was die kritiek al verstomd. Met Spijkerzwijgen rekent de schrijver er dubbel en dwars mee af. Omdat je wilt weten wat er is gebeurd, ga je steeds sneller lezen. Eigenlijk is dat jammer, want daardoor lees je gemakkelijk over betekenisvolle zinnen heen. Spijkerzwijgen is, net als Spinder, een boek om te lezen en te hérlezen en om met anderen over te praten. Dus ja: Simon van der Geest maakt mijn verwachtingen meer dan waar!

Simon van der Geest (tekst) en Karst-Janneke Rogaar (illustraties)

Querido, 2015

Reacties gesloten.