Bovenbalk

okapi

Stem op de okapi – een lievelingsboek erbij

In de tijd dat Electro nog op batterijen werkte (en niet via een app), hoorde ik voor het eerst van de okapi. Van een échte kennismaking was geen sprake. Het dier bleef voor mij een vreemde eend in de bijt. Dat is veranderd dankzij Edward van de Vendel en Martijn van der Linden. Door vast te houden aan een lang gekoesterde wens halen ze de okapi uit de schaduw van zijn schuwe bestaan. De schrijver en de tekenaar hebben zich in negen delen met zichtbaar plezier uitgeleefd.

De okapi wordt letterlijk en figuurlijk in het zonnetje gezet; van het puntje van zijn uitzonderlijk lange tong tot het kwastje van zijn verhoudingsgewijs korte staartje. Edward van de Vendel verzint verrassende vergelijkingen, zoals vaasoren en poepknikkers, en legt daarmee grappige verbanden, terwijl Martijn van der Linden er in uiteenlopende technieken, aquarellen, potloodtekeningen en collages, prachtige beelden bij maakt.Hoe de okapi werd ontdekt en wat er bij komt kijken om deze bijzondere diersoort in stand te houden, wordt op een gemakkelijk leesbare manier in korte stukjes uitgelegd. De geboorte van een jong en wat daaraan vooraf gaat, wordt begrijpelijk en zonder poespas toegelicht. De persoonlijke verhalen van de verzorgers daarbij zijn ontroerend.

Een heus Okapi-museum met een opvallende vorm is een lofzang op vijftien Nederlandse en Vlaamse illustratoren. Met een aantal daarvan werkte Van de Vendel eerder samen, zoals met Fleur van der Weel (Superguppie), Floor de Goede en Ype Driessen (Sophie), Alain Verster (De duif die niet kon duiken) en Mattias de Leeuw (Dertien rennende hertjes).

De verhalen, gedichten, tekeningen en informatieblokjes  vormen met elkaar een kleine encyclopedie van de okapi. Een ‘zapp’-boek om in te bladeren, te kijken, te lezen en om te herlezen. De okapi is een buitenbeentje en Edward van de Vendel heeft al vaker laten merken (o.a. in Het hondje dat Nino niet had en De duif die niet kon duiken) dat hij daar een speciaal oog voor heeft. Het is dan ook niet verrassend dat hij een relatie legt tussen het onopvallende karakter van de okapi en de “schitterende en stille” of “kalme en soms bange” lezer.

“Zo schuw, zo verlegen,
zo alleen, zo apart,
dames en heren
het okapi-hart.”

Stemmen op de okapi hoeft volgens de makers niet meer als je het boek hebt gelezen. Toch is dat precies wat de jury van de Woutertje Pieterse Prijs in 2016 wél heeft gedaan, door de makers deze prijs toe te kennen. De organisatoren van de Vlaamse kinderjury hebben die keuze gevolgd, door het boek op hun leeslijst te zetten. In het voorjaar van 2017 wordt bekend wat de Vlaamse kinderen ervan vinden.

Edward  van de Vendel (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties)

Uitgeverij Querido, 2015

Reacties gesloten.