Bovenbalk

loser

Nurdius Maximus in Pompeï – Dagboek van een klassieke loser

Derde deel van de dagboekserie van de Romeinse antiheld Nurdius Maximus. De ouders van Nurdius verplichten hem om in de zomervakantie mee te gaan naar het ‘miezerige stadje’ Pompeï. Vader Maximus krijgt van Julius Ceasar de vrijwel onmogelijke opdracht de inwoners van het stadje over te halen meer belasting te betalen.

We schrijven het jaar 40 v. Chr. Historisch gezien is dit een jaar waarin een uitbarsting van de Vesuvius heeft plaatsgevonden. Deze heeft overigens beduidend minder schade aangericht dan de veel beroemdere uitbarsting in 79 n. Chr. De stad stinkt naar rotte vis, de volwassenen zijn bijzonder lui en de medeleerlingen met wie Nurdius te maken krijgt uitermate dom. Het is hun hoogste ideaal pis-ophaler te worden. Wie de eerdere delen kent, weet dat de ambities van Nurdius heel wat hoger liggen!

Evenals in de voorgaande delen wordt de draak gestoken met culturele gewoontes uit de oudheid. Bijvoorbeeld met het geloof in een bergduivel op de Vesuvius. Nurdius komt op het spoor van een geheim document. Hij ontmoet daarbij Decima, die ook pas uit Rome naar Pompeï is verhuisd. Samen proberen ze de stad en hun eigen hachje te behoeden voor een groot gevaar.

Stripachtige zwart-wit-tekeningen vullen het verhaal aan en geven het verhaal een extra dimensie. Nurdius is een als ‘held tegen wil en dank.’ Dit gegeven en de schrijfstijl doen denken aan de avonturen van Bram Botermans uit ‘Leven van een loser’. Achterin zijn een historische toelichting en een verklarende woordenlijst opgenomen. Die historische context geeft dit dagboek een duidelijke meerwaarde.

De combinatie van herkenbaar pubergedrag, hilarische overdrijvingen en leerzame historische weetjes maken Nurdius tot een toegankelijk boek vooral voor de liefhebbers van ‘loser’ Bram Botermans.

Tim Collins (tekst) en Andrew Pinder (illustraties)

Vertaling Reggie Naus

Uitgeverij Ploegsma, 2014

Reacties gesloten.