Bovenbalk

Schuldig kind

Schuldig kind – Onvoorwaardelijke liefde tot kunst verheven

Worsteling

Vijf jaar heeft Ted van Lieshout geworsteld met het schrijven van Schuldig kind. In de roman zoekt hij antwoord op de vraag wat de gevolgen zijn geweest van zijn relatie als elfjarige met een volwassen man. Die ervaring beschreef hij met veel gevoel in de roman Mijn meneer (2012). Eerder verwerkte hij hetzelfde thema in de poëziebundel  Zeer kleine liefde (1999). In beide werken overheerst het gevoel van een onvergetelijke liefde. Ted beëindigde de relatie omdat ‘meneer’ in zijn ogen te ver ging.

Antwoord

“Nóg een [boek]? Is het nooit genoeg?

Als  ik het antwoord heb, is het klaar.”

In Schuldig kind wordt de worsteling van de schrijver zichtbaar in een dialoog tussen de jonge Ted, onwetend van wat de toekomst brengt, en zijn vierenveertig jaar oudere zelf, die wél de toekomst kent. Een vondst die een boeiende en aantrekkelijke spanning oproept. Het eerste deel speelt zich af in juni 1971. Aan het woord is de jonge, tobberige Ted. Hij weet dat hij homofiel is, maar durft niet uit de kast te komen en zoekt wanhopig naar compensatie voor de verloren liefde van ‘meneer’.

In die zoektocht overschrijdt hij zijn eigen grenzen. Hij liegt en bedriegt en vindt slechts de seks, die hij zo rigoureus afwees in de pedofiele relatie met ‘meneer’. De oudere Ted stelt kritische vragen en levert scherp, vaak humoristisch, commentaar. Dat geeft lucht aan het resultaat: een grondig zelfonderzoek naar schuld, schaamte en, in toenemende mate, spijt. “Ik had gewoon moeten zeggen dat ik het niet leuk vond wat hij deed, en dan hadden we misschien vrienden kunnen blijven.”

Intermezzo

Drie brieven uit 1993, in vrijwel identieke vorm  opgenomen in Zeer kleine liefde, vormen de overgang naar het derde deel waarin de oudere Ted de boventoon voort. De brieven, twee van ‘meneer’ aan Ted en één antwoordbrief, geven inzicht in de gedachtegang van de jongvolwassen auteur. Over zijn eigen schuldgevoelens schrijft hij: “Ik heb wel jarenlang gedácht dat ik schuldig was, omdat ik een groot geheim door de wereld liep te dragen.  Zo omstreeks mijn twintigste ben ik er mondjesmaat over gaan praten, omdat ik me er niet meer voor schaamde, en toen kwam ik er langzaam achter dat het niet míjn geheim was waar ik meer rondzeulde, maar het úwe. Toen waren mijn gevoelens van schuld ook over.”

Die schuldgevoelens blijken in het laatste deel van Schuldig kind, dat zich afspeelt in 2015, toch niet helemaal verdwenen te zijn. Hij voelt zich geen slachtoffer want: “Ik heb zelf het gevoel dat het verstikkend is om een ander de schuld te geven van iets wat jou is overkomen, omdat je ermee de regie over je leven in de handen van een ander legt.” In zijn nawoord en zijn – integraal in het boek opgenomen – artikel naar aanleiding van Mijn meneer (NRC Handelsblad en De Standaard, 2012) pleit de schrijver ervoor om niet voetstoots voorbij te gaan aan de schuldgevoelens van misbruikte kinderen. Juist door daar aandacht aan te besteden en begrip voor te tonen, neem je het kind serieus, stelt Van Lieshout vast.

Drieluik

De vorm staat bij Van Lieshout nooit los van de inhoud. Schuldig kind is als roman zelfstandig te lezen van Zeer kleine liefde en Mijn meneer. Wel vormen de drie boeken als geheel een eenheid.  Alle drie worden door hun vorm tot kunst verheven. Het is niet de mens die het verhaal vertelt, maar de kunstenaar, zo valt in diverse interviews met Van Lieshout te lezen. Deze visie heeft belangrijke implicaties voor de lezer.  “Als de schrijver klaar is met zijn kunstwerk, dan gaat dat pas leven als de lezer het boek openslaat,” schreef  Van Lieshout eens.

In de woorden van Amos Oz (2002): “Wie de kern van het verhaal zoekt in de ruimte tussen het werk en degene die het geschreven heeft, vergist zich: het is erg de moeite waard om niet te zoeken in het gebied tussen het geschrevene en de schrijver, maar in het gebied tussen het geschrevene en de lezer.”

De lezer

Deze lezer zag in Schuldig kind nog een andere onvergetelijke – en onvoorwaardelijke – liefde: die tussen moeder en zoon. Waar in Mijn meneer en Zeer kleine liefde de moeder een ondergeschikte rol speelt, krijgt zij in Schuldig kind een gezicht. De relatie tussen moeder en zoon is niet zonder spanning. Wat zij in belangrijke mate gemeen hebben is hun gevoel voor humor. Zijn angst om uit de kast te komen blijkt ongegrond. De laconieke reactie van moeder op zijn coming-out is zelfs hilarisch.

Het is ontroerend dat hij zijn moeder een ‘loeder’ noemt en dat liefdevol laat klinken. “(…) ik wil ook in staat zijn om te lachen als het huilen me nader staat.” Naast een pleidooi voor nuancering in het – soms oververhitte – pedofielendebat, brengt Ted van Lieshout in Schuldig kind opnieuw een ode aan de liefde.

Ted van Lieshout

Querido, 2017

 

Reacties gesloten.